Na het ontbijt slenterden we wat rond in de wijk rond het hotel. Het was hier moeilijk lopen want telkens moest je van het voetpad afstappen door geparkeerde brommers, zittende mensen, gaten tussen de stenen, losliggende stenen, kleine of grote hopen afval enz. Aan de kant van de straat naast het voetpad liep je ook niet veilig want alles en iedereen raasde je voorbij.
In Hanoi reden er 3 miljoen brommers rond en de spitsuren liepen van 6 tot 8u ‘s morgens en van 16u30 tot 18u ’s avonds, alhoewel ik vond dat het er op alle momenten van de dag extreem druk was. In 1982 kostte een bromfiets 3000 US dollar en een rijke familie had toen 1 à 2 brommers. Vanaf het jaar 2000 verbeterde de economie en momenteel kon één familie gebruik maken van 4 à 5 bromfietsen. Vanaf de leeftijd van 18 jaar kon men met een bromfiets rijden maar men had wel een rijbewijs nodig dat echter gemakkelijk te bekomen was. Een rijbewijs kostte 25 $ maar iemand die gewoon de 25 $ betaalde, kreeg ook een rijbewijs. Japanse merken zoals Honda, Suzuki en Kawasaki kostten tussen 1000 en 8000 US $, Koreaanse en Chinese merken kostten amper 400 US $. De naam Honda was er zodanig populair dat Honda een verzamelnaam was voor bromfiets, ook als het geen Honda betrof, zei men Honda. Dit zagen we ook langs de straten, aan kleine werkplaatsen waar men het onderhoud of reparatie deed van bromfietsen stond een bord met de naam Honda. Die werkplaatsen waren meestal heel kleine ruimtes met amper plaats voor 1 of 2 bromfietsen. Er waren natuurlijk ook gigantische verkoopsruimtes met talrijke splinternieuwe bromfietsen maar die had je van alle merken. Door het drukke verkeer stierven elk jaar ontelbare mensen in het verkeer door ongevallen, dit zal ook wel met de rijstijl te maken hebben. Een auto daarentegen was heel duur in aankoop en alleen voor de heel rijken bestemd, er waren tevens hoge taksen voor auto’s.
In een koffiebar dronken we een Vietnamese black koffie, met een systeem zoals bij ons vroeger de filterkoffie. Het duurde een hele tijd eer de koffie was door gelopen maar die bleek uiteindelijk echt niet te drinken. We wilden er heet water bij vragen maar dat stond niet op de kaart en de eigenaar sprak niet zoveel Engels dat hij “hot water” verstond. Het bizarre was dat men in Vietnam alles dronk met ijs, zowel de koffie als het bier. En dan niet één blokje ijs maar een hele hoop blokken ijs, het ganse glas vol en daar de desbetreffende drank bij. Het was dus al bij al raar voor hen dat wij heet water vroegen maar dat wisten we toen op dat moment nog niet.
We wandelden verder en toen we een kapper passeerden, liep ik naar binnen. Mijn haar was te lang voor deze hitte en het irriteerde mij. Een meisje deed de ontvangst en een jongen waste mijn haar waarbij ik een hoofdmassage kreeg van maar liefst 15 minuten. Het grote verschil met thuis was dat je gedurende het haar wassen niet aan een wasbak zat maar languit lag. Het was veel gemakkelijker omdat je het hoofd niet zo echt achteruit moest leggen en het was veel meer ontspannend.
Daarna arriveerde de kapper op zijn brommer (nu wisten we tenminste de reden dat er zo veel brommers op pad waren!) Mijn haar werd geknipt, terwijl hij herhaaldelijk vroeg hoeveel er af moest en of het zo goed was. Er werd heel veel aandacht besteed aan het verwijderen van alle losse haartjes in de nek en het gezicht. Daar kunnen ze hier in België nog iets van opsteken. Voor de hele behandeling betaalde ik 10 dollar, nog geen 7 euro, bij ons kostte een kappersbezoek heel wat meer!
Om 13u vertokken we naar Halong Bay, iedereen met een dagrugzak want de grote bagage bleef achter in het hotel. Jill had fruit gekocht en liet ons ervan proeven in de bus. Het ene was granaatappel en was tamelijk zoet. Het andere was drakenfruit en van binnen leek het op een witte kiwi terwijl het er ook een beetje naar smaakte en heel lekker was. We zouden het nog veel zien tijdens ontbijten of na de maaltijden waarbij we soms gratis fruit aangeboden kregen.
Op het platteland zagen we lege rijstvelden terwijl Vinh vertelde dat er in het noorden van Vietnam 2 rijstseizoenen waren maar die waren nu voorbij en dus stonden de velden leeg terwijl de boeren zich momenteel concentreerden op het telen van groenten.
Na ongeveer vier uur rijden met een koffiestop onderweg kwamen we rond 17u30 aan in Bay Chai in het Asean Hai Ngoc Hotel, een heel mooi hotel met 9 verdiepingen en gigantisch grote kamers. Voor ons tweetjes hadden we een dubbel en een enkel bed, haardroger, gevulde minibar, allerhande accessoires op de badkamer zoals zeep, tandenborstel, tandpasta, shampoo, oorstokjes en kam. Deze accessoires waren er ook al in het hotel in Hanoi en het bleek dat dit hier de gewoonte was in Vietnam, in elk hotel had je gratis zeep, tandenborstel, kam en shampoo, in China was dit trouwens ook het geval, was dit nu Chinese gewoonte of Vietnamese gewoonte, ik weet het niet maar het was wel gemakkelijk.
We wandelden de straat bergaf want ons hotel was bijna op het hoogste punt van het dorp op zoek naar Asia Restaurant, vermeld in de Lonely Planet. De eigenaar had 2 jaar in Berlijn gewoond en sprak uitstekend Duits, we hebben er trouwens heel goed gegeten. Na het eten hadden we geen zin meer om nog verder naar beneden te lopen naar het strand en de haven en dus gingen we terug naar het hotel.
Halong Bay lag in de Golf van Tonkin en bestond uit 2000 eilandjes met grillige vormen. Het leek op het karstgebergte dat we gezien hadden in Guilin in China met dit verschil dat we er nu tussenin konden varen. De erosie en de zee hadden spleten en rotsen uitgehouwen wat een werkelijk spectaculair zicht gaf.
We bezochten de Hang Dau grot, een gigantische grot met stalactieten en stalagmieten die werkelijk indrukwekkend was met 3 kamers op 180 meter boven zeeniveau gelegen en waarvoor we eerst 90 treden naar boven moesten klimmen. Halong Bay vonden we niet echt een hoogtepunt misschien ook omdat we het karstgebergte in China al gezien hadden (ja op de lange duur raakt een mens teveel verwend) maar deze grot was een echt juweeltje.
Daarna vaarden we naar een strandje waar we konden zwemmen of een heuvel beklimmen. De rest van de groep ging het strand op maar wij bleven op de boot die een eindje verder aanlegde. Op het dek konden we zonnen en de andere boten en de horizon bekijken.
Na het ophalen van de strandgangers kregen we een prima lunch geserveerd van grote garnalen, loempia’s met vis, krab, calamares, vis, rijst, groenten en een banaan. Kostprijs 4 euro pp, spotgoedkoop en heel lekker.
Rond 14u30 stapten we op de bus die ons zou terug brengen naar Hanoi. We hadden een twee korte stops aan een veld waar mensen aan het werk waren en een koffiestop in een pottenbakkerij.
Rond 18u30 kwamen we terug in hetzelfde hotel in Hanoi waar sommigen dezelfde kamer hadden. We verfristen ons en gingen nog een hapje eten in Quy Duong, het restaurant waar we de eerste avond van deze reis aten. Juul en Mathijs en Koos en Rie passeerden het restaurant, zagen ons zitten en kwamen ook het restaurant binnen.
Onze kamer in het hotel lag nu op de derde verdieping in plaats van op de tweede maar op straat heerste terug een hels lawaai waardoor oordoppen geen overbodige luxe waren.
Om 10u vertrokken we naar de luchthaven voor onze binnenlandse vlucht naar Hué. Op weg naar de luchthaven was er een gigantische file op de brug over de Rode Rivier. De rijweg telde langs de beide kanten 2 rijvakken maar enkele ongeduldige Vietnamezen reden gewoonweg links uit de file weg op het linkse rijvak van de tegenovergestelde richting, gaven gas en probeerden zo de file te omzeilen. De chauffeurs van de auto’s uit de andere richting vonden het blijkbaar normaal en gingen allemaal netjes op het rechtse rijvak rijden. Wij lagen in een deuk toen we dit zagen gebeuren, zoiets zou je in onze landen eens moeten doen! Op zeker moment loste de file zich vanzelf op bovenop de brug waar iedereen op 1 rijvak moest door wegenwerken.
Onze vlucht met een Airbus A320 vertrok om 12u30 en duurde 50 minuten om de afstand van 549 km te overbruggen tussen Hanoi en Hué.
Toen we de luchthaven buiten kwamen, sloeg de hitte ons tegemoet. En wij die dachten dat het in Hanoi al warm was!
Volgens Vinh kwamen we hier in het regenseizoen terecht. Vietnam spreidde zich in de lengte uit over een afstand van meer dan 2000 km en zo had je verschillende seizoenen in het noorden, midden en zuiden. In het noorden had men 4 seizoenen zoals bij ons, in het zuiden had men maar 2 seizoenen en dat was het droge en het natte seizoen. Twee weken geleden regende het in Hué van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en nu was het echt heet maar liever dat dan regen want regen hadden we in België al meer dan genoeg.
Om 14u30 kwamen we aan in het Gold Hotel, mooi hotel met mooie grote kamers. We dropten de rugzakken op de kamer en gingen door de straten lopen. Hué was een kleine stad met minder lawaai en veel rustiger dan Hanoi. We hadden de indruk dat iedereen hier ook veel vriendelijker was maar misschien leek dit alleen maar zo. Hanoi was de hoofdstad en meestal zijn mensen in kleinere steden of dorpen wel anders.
Toen we met de Lonely Planet in de hand op zoek waren naar het Tropical Garden restaurant om een biertje te drinken en ik de naam gewoon luidop uitsprak tegen Freddy kwam er al onmiddellijk een jongen op ons af om ons de weg te wijzen. Hij vroeg van welk land we afkomstig waren maar verder wilde hij niets, gewoon vriendelijkheid en behulpzaamheid. Echt een verademing als je al in landen geweest bent waar je achter alles iets moest zoeken.
Tropical Garden was een leuke plek met tafeltjes en stoelen in een tuin met tropische bomen, heel gezellig zitten en heel rustig. Ze vroegen ons om er die avond te eten maar daar hadden we geen zin in want de eetzaal was gevuld met lange tafels die gereserveerd waren door grote reisgezelschappen. Aan de beide kanten stonden kleine tafels van 2 of 4 personen en vanaf 19u was er een traditionele muziekvoorstelling en aan zulke dingen hebben wij een echte hekel omdat alles zo toeristisch ingesteld is.
Na een flinke douche en het inleveren van de was in het hotel gingen we eten in het Carambole Restaurant, vermeld in de Lonely Planet en het moet gezegd worden, het was een aanrader! De plaatselijke specialiteit van Hué waren gevulde pannenkoekjes met vlees of groenten maar wij deden onze eigen zin en aten eend en biefstuk en daar hadden we achteraf geen spijt van.
Het ontbijt deze morgen was heel wat gevarieerder dan in Hanoi waar er enkel brood met jam of een ei te eten was. Nee, ik zou liegen want je kon er ook kippe- of noedelsoep krijgen maar wie at nu in godsnaam om 7u ’s morgens een noedelsoepje?
Om 8u vertrokken we voor een boottocht naar de Thien Mu Pagode, een pagode gelegen aan het water en gebouwd in 1621. Aan de pagode, in een overdekt gebouw, stond de blauwe Austin waarmee de monnik Thich Quang Duc in 1963 naar Saigon reed en zich daar midden op straat in brand stak uit protest tegen het regime van Diem.
Het was ontzettend heet en alles plakte aan je lichaam. De zon brandde ongenadig en een petje was geen overbodige luxe. Zelfs het hemd van Vinh was kletsnat van het zweet, als hij het al warm vond, wat moest het voor ons dan niet zijn?
Daarna gingen we naar de graftombe van Tu Duc, één van de Nguyenvorsten die leefde in de 19e eeuw. Dit was naar het schijnt de mooiste van alle tombes en er waren verschillende paviljoenen gebouwd aan een meer. De tombe was echter nep want het lichaam van Tu Duc werd begraven op een onbekende plek en iedereen die hierbij betrokken was, werd achteraf onthoofd om de plaats voor altijd geheim te houden.
Aan de ingang stonden souvenir- en drankstalletjes en toen we in één van die stalletjes een cola gingen drinken en daarna de hele groep er kwam bij zitten, ging de prijs van een blikje cola gelijk van 10.000 naar 15.000 dong. Dit was natuurlijk niet naar onze zin en na een discussie hebben we onder hevig protest toch maar 10.000 dong betaald. Het ging ons niet om die 5000 extra maar we hadden er een hekel aan als men ons probeerde af te zetten. Dit was een lesje voor de toekomst, altijd onmiddellijk afrekenen!
Met de bus gingen we terug naar het centrum en we stapten met bijna de hele groep af aan de citadel. De anderen gingen eerst lunchen maar wij gingen direct naar de citadel en de keizerlijke stad. Het deed ons denken aan de Verboden Stad in Beijing maar dan veel kleinschaliger en helemaal niet zo mooi. Veel dingen hier in Vietnam deden Chinees aan zoals pagodes, versieringen, souvenirs, gebruiksvoorwerpen en zo meer. Dit zou wel te maken hebben met de geschiedenis van het land en de Chinese overheersing. We vroegen ons dus af of dit in het zuiden ook nog zo zou zijn. Vanaf de Citadel liepen we te voet naar het hotel terug, eerst de Trang Tien brug over en dan naar het postkantoor waar ze eerst netjes onze kaarten afstempelden zoals we gevraagd hadden om er zeker van te zijn dat ze achteraf de postzegels niet zouden afweken. Na afstempeling moesten we de kaarten terug meenemen naar buiten om ze daar in een brievenbus te steken, ze direct binnen houden was iets te gemakkelijk, denk ik.
Bij Missy Roo gingen we een biertje drinken in de binnentuin. Toen we daar goed om ons heen keken, zagen we twee ratten vrolijk heen en weer lopen. Ze liepen zelfs de straat op en langsheen onze tafel weer terug naar achteren. Er zullen er waarschijnlijk wel meer gezeten hebben maar van ratten moet je niet bang zijn, die vallen alleen aan als ze in het nauw gedrongen worden.
In een winkeltje kochten we twee zijden lakenzakken, ideaal voor reizen waarbij je een nachtelijke treinrit zou maken of in een hotel een niet zo proper bed zou aantreffen.
’s Avonds gingen we een pizza eten bij Little Italy, je kon hier kiezen uit twee verschillende maten van 20 of 27 diameter en ook of de bodem dik of dun moest zijn. Voor 2 grote pizza’s en 2 grote Tiger bier van 640 ml betaalden we een kleine 10 euro.