Vietnam en Cambodja
6 november – 2 december 2009
Onze vakantie begon al op 5 november want wij gingen overnachten in het Ibis Hotel in Badhoevedorp aan de luchthaven van Schiphol. Het voordeel daarvan was een relaxed begin van de reis en het feit dat onze wagen daar kon blijven staan gedurende de reis. Na het inchecken in het hotel hadden we al een mooi begin: we kregen kamer 2131 en een kaart om de deur te openen. We liepen echter verkeerd en probeerden kamer 2531 te openen wat natuurlijk niet lukte. Na een tijdje kregen we toch door dat we niet echt goed bezig waren, gelukkig was er niemand op de bewuste kamer terwijl wij er probeerden “in te breken”
Om 6u ’s morgens ging de telefoon, de wekdienst van het hotel want we wilden de shuttlebus van 7u10 halen naar Schiphol. Wel vroeg maar of we hier nu zaten te wachten, of ginder, dat bleef gelijk.
Bij boeking hadden we aan Djoser gevraagd of één van ons aan het gangpad kon zitten maar bij het inchecken bleek dat we allebei aan het gangpad zaten maar niet bij elkaar. Dit hadden we bij Djoser nog al meegemaakt, zij houden geen rekening met mensen die samen boeken maar doen een groepsincheck via een alfabetische lijst. De mevrouw aan de balie was super vriendelijk en zette het misverstand recht, zelfs voor de vlucht van Singapore naar Hanoi, en regelde uitstekende plaatsen voor ons in het midden van het vliegtuig waarbij wijzelf niemand zouden hinderen en niet gehinderd zouden worden door anderen. Om 9u40 moesten we aan gate G6 zijn om te boarden. Het boarden zelf verliep vrij traag en uiteindelijk vertrokken we 11u10 met een half uur vertraging.
De vlucht zou 11 uur en 40 minuten duren en aangezien we niet goed konden slapen duurde die dan ook ein-de-loos. De laatste uren gingen maar niet voorbij en we verlangden echt naar het einde van de vlucht.
Op zaterdag 7 november landden we om 6u10 ’s morgens plaatselijke tijd (7u later dan bij ons) op Changi Airport in Singapore. Buiten was het 27 graden Celsius en dat zo vroeg in de ochtend. Changi Airport was een gigantische luchthaven met bloementuinen met orchideeën, vijvers met reusachtige kois, rustige zithoeken, talrijke winkels en eet-en drinkgelegenheden. Met de skytrain, een treintje op een fly over, moesten we van terminal 3 naar terminal 2 waar we moesten boarden om 9u05. Het vertrek was gepland om 10u05 maar omdat de piloot moest wachten op allereerst een paar late passagiers en ten tweede op vertrekkende en aankomende vluchten liepen we toch een kleine vertraging op.
Het frappante aan deze vlucht was dat we elk twee papiertjes in handen kregen gestopt om in te vullen. Ook al hadden we een visum voor Vietnam, toch moesten we nog een declaration en een healthy attest invullen. Op het healthy attest moesten we allerlei vragen beantwoorden zoals in welke landen we de laatste dagen geweest waren, of we hoofdpijn, koorts en dergelijke hadden.
De vluchttijd bedroeg 2 uur en 50 minuten en in Hanoi konden we ons uurwerk alweer een uur terug draaien want het was hier een uur vroeger dan in Singapore. Hier was het verschil met thuis dus 6 uur.
Bij aankomst op de luchthaven moesten we langs een koortsmeter om te kijken of er iemand bij zou zijn met verhoogde temperatuur en dus eventueel een drager van het H1N1 virus of Mexicaanse griep. Een bediende met mondmasker controleerde alles nauwgezet. Het binnenkomen in het land verliep vrij vlot maar onze bagage liet heel wat langer op zich wachten. Er was maar 1 transportband en aangezien nog niet iedereen door de controle was, bleven heel wat koffers en tassen liggen en zo konden er geen nieuwe meer naar boven komen. Heel wat bagage heeft ontelbare rondjes gemaakt op deze transportband.
Eenmaal door de douane lieten we in de hal geld wisselen waarbij we ons al onmiddellijk miljonair voelden want voor 100 euro kregen we bijna 3 miljoen Vietnamese dong. Een briefje van 100.000 Dong was dus amper 4 euro waard.
Bij het verlaten van de luchthaven sloeg de warmte als een verhit deken op ons neer. Het was hier snikheet en de kleren plakten al vlug aan ons lichaam van het zweet.
Kwestie van transport mochten we niet klagen, we hadden een heel grote bus en dat zou de hele reis zo blijven. Onze reisbegeleidster heette Jill Van Hees die voor de eerste keer in Vietnam en Cambodja was en de lokale gids heette Vinh.
We reden naar het Bond Sen Hotel, een vrij simpel hotelletje in de stad, gelegen aan een heel drukke straat. We kregen van Vinh de raad om bij het oversteken van de straat niet te kijken naar links of rechts maar gewoon voor ons te kijken en door te stappen. Dit was de enige manier om de overkant van de straat te bereiken. Als je aarzelde en wachtte of keek, kon je eeuwen wachten en geraakte je nooit de straat over.
Om 17u30 kwamen we samen voor de eerste briefing en een kennismaking met de groep waarna we gezamenlijk gingen eten in Restaurant Quy Duong in dezelfde straat van het hotel. We aten fried noodles met elk 2 biertjes van 330 ml en voor de hele zaak betaalden we 90.000 Dong, dat is ongeveer 3,3 euro.
Al vrij vroeg wandelden we terug naar het hotel en kropen vlug in bed omdat we nog heel wat nachtrust hadden in te halen.
Het ontbijt, inbegrepen in de reissom, viel best mee. Het bestond uit een stuk stokbrood (overgebleven door de Franse invloed), jam, omelet, koffie of thee en een banaan. Koffie of thee bijvragen was geen probleem, alles was inbegrepen. Alleen de koffie vond ik niet te drinken, die had zo een rare cacaosmaak en dat zou de hele reis blijven duren. Freddy vond het lekker maar ik heb gedurende de rest van de reis thee gedronken.
Met de hele groep maakten we een cyclo toer door de stad, één persoon per fietstaxi want onze Europese lichaamsbouw liet geen twee personen toe. Een cyclo was het ideale transportmiddel om tegelijkertijd vervoerd te worden en het straatleven en het drukke verkeer te aanschouwen. Anderhalf uur lang reden we tussen en langs andere fietstaxi’s, miljoenen bromfietsers, blijkbaar hét transportmiddel bij uitstek, auto’s, bussen, fietsers, voetgangers, vrouwen met bamboestokken op de schouders met aan elk uiteinde een schaal gevuld met groenten, fruit of andere dingen die ze probeerden te verkopen. We zagen brommers die televisietoestellen, matrassen, grote kartonnen dozen, grote vierkante of rechthoekige ruiten, lange ijzeren buizen, gigantische boeketten bloemen, grote zwijnen en babyzwijnen, vissen, eenden, kippen en andere dingen of dieren vervoerden. Tevens zagen we ook brommers met de hele familie op stap, twee volwassenen en twee kinderen of drie volwassenen op één brommer waren hier alledaagse zaak. We keken onze ogen uit en we voelden ons gelijk in een andere wereld terwijl we langs nauwe de straatjes van de oude stad en langs het Hoam Kiem meer gevoerd werden. Talrijke bestuurders of voetgangers droegen mondmaskers in alle kleuren en motieven en in feite was dit geen overbodige luxe want er hing een doordringende smog door de vele uitlaatgassen.
De oude wijk van Hanoi was zodanig georganiseerd dat elke straatnaam met Hang begon wat winkel wilde zeggen. Eénzelfde ambacht of soort winkel waren in dezelfde straat gecentraliseerd en zo had je de straat van de schoenen, matten, leder, zijde, katoen, kleding enz.
Vanuit de cyclo hadden we een prima zicht op alles en het was een hele belevenis om middenin dit drukke verkeer te zitten. Verkeersregels bestonden hier niet, althans die indruk hadden we toch. Enkel bij rood licht stopte iedereen maar verder reed iedereen lustig door, druk toeterend om zich te laten opmerken. Rechts of links afslaan deed men gewoon op goed geluk af. Het enige dat je moest doen, was gas geven, diegene die als eerste op de rem duwde, was de pineut. Wie niet durfde, geraakte nergens heen. Opvallend was wel dat niemand tegen elkaar schreeuwde of zich druk maakte. Iedereen reed er gewoon op los, gas geven als het kon en remmen als het nodig was.
De weg naar het mausoleum van Ho Chi Minh en het presidentiële paleis was breed, het leek meer een boulevard en totaal anders dan de straten van de oude stad. Overal stonden wachters en op een gegeven moment konden de cyclo’s niet meer verder rijden en moesten we uitstappen. Bij het mausoleum moesten we onze tassen en camera’s aan de ingang achterlaten, ook aanstekers, ijzeren voorwerpen en flesjes water mochten niet naar binnen. Eenmaal door de security check stond er een gigantische rij wachtenden maar soms heb je dan als toerist en zeker in groepsverband het voordeel dat je niet moet wachten en je eerder naar binnen mag dus werd de rij tegengehouden door de bewakers en mocht onze groep voor. Moesten zulke dingen in ons land gebeuren dan zou je een hele hoop gemor horen maar deze Vietnamezen reageerden zelfs niet. We voelden ons niet echt goed bij de situatie maar konden er niets aan veranderen, blijkbaar was dit de normale gang van zaken. Ditzelfde fenomeen hadden we ook al meegemaakt aan de Taj Mahal in India waar we tienmaal zoveel entree betaalden als de lokale bevolking maar wel als eersten binnen mochten.
Normaal gezien was het mausoleum in de maanden oktober en november gesloten omdat in die periode het lichaam van Ho Chi Minh naar Rusland gevlogen werd voor zijn jaarlijkse onderhoud. Dus hadden wij geluk want sinds gisteren was het museum terug open. De wens van Ho zelf was nochtans om gecremeerd te worden maar nu kwamen elke dag horden mensen naar hem kijken en aanbidden.
De bezoekers, en ook wij dus, kwamen via trappen aan de ingang het mausoleum binnen, gingen naar links weer de trappen op en boven maakte men een rondje langs de glazen sarcofaag. Op de trappen en rond de sarcofaag stonden wachters in wit militair uniform om te kijken of iedereen zich respectvol gedroeg. Schouders en knieën van de bezoekers moesten bedekt zijn, Men mocht niet praten, geen handen in de zakken en geen petjes op het hoofd. Iedereen moest rustig blijven doorstappen, zelfs bij het lichaam mocht niemand blijven staan. Binnen in het mausoleum was het bar koud en het hele gebeuren maakte toch een zekere indruk zeker bij het zien van het gebalsemde lichaam. Het dunne haar, het sikje, het leek wel een wassen beeld uit het museum van Madame Tussaud. Bij het buitenkomen hadden we geluk en zagen we nog de wisseling van de wacht. Ondertussen was de zon volop gaan schijnen terwijl het deze morgen een beetje bewolkt was, daardoor werd het weer heel warm.
Achter het mausoleum lag het huis van Ho en het presidentiële paleis. Het paleis was verboden voor het publiek en alleen te bekijken aan de buitenzijde. Het werd gebruikt voor officiële ontvangsten. Ho weigerde echter om in dit paleis te wonen en leefde en werkte in een paalwoning achter het paleis dat we konden bekijken langs een steiger aan de buitenkant. In het huis zou alles nog precies zo zijn zoals Ho het achterliet.
Daarna wandelden we naar de éénzuilige pagode waarvan de geschiedenis vertelde dat deze gebouwd werd door de kinderloze keizer Ly Thai Thong. Deze had een droom waarin hij de godin Quan Am op een lotusblad zag zitten met in haar uitgestoken hand een babyjongetje. Hij bouwde de tempel als symbool van de lotusbloem en kort daarna was de keizerin zwanger en schonk hem een zoon.
We wandelden naar de Tempel van de literatuur die omschreven werd als de mooiste en belangrijkste tempel van Hanoi. Deze was opgedragen aan Confucius en bestond uit 5 gebieden waarvan de centrale gang vroeger alleen gebruikt mocht worden door de keizer. Later werd het de eerste universiteit van de stad en wie hier afstudeerde, kreeg aanzien en mocht werken voor de staat.
Gedurende dit dagje uit hebben we meerdere malen moeten lachen. Martin, iemand van onze groep die 2,08 meter lang was en dus overal bovenuit stak, zeker bij die kleine Vietnamezen, werd telkens gevraagd om met hen op de foto te staan. Het was de bron van heel wat hilariteit bij hen maar ook bij ons. Martin bleef er heel kalm bij en ging telkens breed lachend op de foto. En we moesten echt wel toegeven dat het verschil in grootte tussen de kleine mensen hier en hemzelf gigantisch was.
Van de Tempel van de literatuur wandelden we ongeveer 2 km naar het Hoam Kiem Meer waar we op een dakterras gingen lunchen waarna we nog een wandeling rond het meer maakten om vervolgens een taxi te nemen naar het hotel.
Daarna hielden we het rustig, mail versturen naar thuis, een biertje drinken en vroeg naar bed. Internet was hier wel heel gemakkelijk, in elk hotel stonden één of meerdere computers waar men gratis kon internetten en mails versturen. Zo gemakkelijk hadden we het nog op geen enkele reis gehad.