Dag 4: zaterdag 27 oktober

Deze morgen vertrokken we om 8u30 naar Hama dat bekend was om zijn oude houten waterraderen, de noria’s die tot 20m diameter hadden en dateerden uit de 13e eeuw. Vroeger dienden zij voor de waterbevoorrading van de stad en voor irrigatie van de velden maar voor het ogenblik dienden zij enkel als decoratie en bezienswaardigheid. We wandelden door het park en kwamen zo in de oude stad terecht die rijk was aan diverse hammam’s of badhuizen waarvan de openingstijden verschilden voor mannen en vrouwen. Na een kop koffie reden we verder richting Apamea met zijn lange zuilengang. Palmyra was uiteraard veel bekender maar om door deze 2 kilometer lange colonnadestraat te lopen was ook wel geweldig. We liepen de hele weg van de ene kant naar de andere tussen de indrukwekkende zuilen met de tempel van Zeus en dit onder een bloedhete zon.

Na het bezoek stopten we aan het Mosaic Museum dat vroeger een karavanserai geweest was, een rustoord voor lieden van de karavaan en handelsroute van Mekka naar Constantinopel. De mozaïeken waren ondergebracht in de vroegere stallen rond de centrale binnenplaats. Het grappige aan het hele bezoek was dat er een mannetje met ons meeliep dat voortdurend zei dat we niet mochten fotograferen terwijl iedereen er geen rekening mee hield en rustig verder foto’s maakte zonder acht op hem te slaan. Buiten de poort stonden een paar kinderen uit het dorp ons op te wachten. Zij hadden er plezier in om zichzelf te zien op het schermpje van onze digitale camera’s en begrepen helemaal niet dat dit bij sommigen die geen digitale camera hadden niet lukte. Hierna moesten we nog een klein uur rijden eer we konden lunchen in een gigantisch toeristisch restaurant waar we veel geld betaalden voor het beetje eten dat op ons bord lag.

Op de weg naar Aleppo had onze begeleider het onzalige idee om met zijn allen uit te stappen aan de Citadel, deze ook gezamenlijk te bezoeken en dan te voet te gaan naar het hotel terwijl de bus onze grote bagage aan het hotel zou droppen. Waar we een hartgrondige hekel aan hadden, was wel aan zulke dingen. We kozen voor Baobab voor zijn vrijheid in het programma en wilden niet met 20 personen in de Citadel lopen. We hadden trouwens al ondervonden dat Abdullah graag wilde dat iedereen achter hem aan liep maar dat wilden we niet. We vertikten het dus om mee te gaan en bleven buiten aan de Citadel op een muurtje zitten om “mensen te kijken”.

Wat ons al opgevallen was in dit land, en nu trouwens ook weer, was dat iedereen ons met rust liet. Niemand viel ons lastig of kwam zeuren om iets te kopen. Ook in de souks in Damascus hadden we dat meegemaakt. Heel aangenaam! Een paar jongeren kwam een praatje slaan, gewoon om hun Engels te oefenen, zonder bijbedoelingen. Er kwam geen oom of vader op de proppen die wel ergens een winkel had zoals we in Egypte meegemaakt hadden, niets van dat alles hier. Gewoon pure vriendelijkheid en interesse en dat beviel ons wel van het Syrische volk.

In de Lonely Planet hadden we het Al-Andalib restaurant uitgezocht om ’s avonds te eten. Erik en Mia gingen met ons mee. Toen we niet direct duidelijk konden maken wat we wilden, mochten Erik en ik een kijkje nemen in de keuken. Hilariteit alom, zowel bij ons als bij het keukenpersoneel terwijl ze ons de verschillende soorten saté’s en vlees lieten zien. Uiteindelijk kregen we heel wat op tafel wat heel lekker was en het aangename was dat de prijs ook nog meeviel. Dit restaurant was een echte aanrader.

Dag 5: zondag 28 oktober 2007

We reden naar het klooster van St Simeon en onderweg zagen we de tenten van de nomaden. Er was een verschil tussen de nomaden en de zigeuners die ook in tenten leefden. De nomaden waren Arabieren en bedoeïnen die een hard leven leiden en heel gastvrij waren. Zij leefden in tenten van geitenhaar. De zigeuners daarentegen waren van Indische afkomst. Deze mensen leefden in heel goedkope bruine tenten, zij werkten niet maar bedelden.

Het klooster van St Simeon bestond uit een complex van 4 kerken die gebouwd waren door de Byzantijnen op het einde van de 5e eeuw. Er waren twee doopkerken met in de ene een doopvont waar je doorheen kon lopen. Simeon leefde een halve eeuw voor de kerk gebouwd werd. Zijn vader was een schaapsherder en Simeon wist al op jonge leeftijd dat hij monnik of priester wou worden. Hij was echter heel anders en daardoor ontstonden er al vlug conflicten met de andere priesters en om die reden werd hij weg gestuurd. Hij klom op een pilaar op 15 à 16 jarige leeftijd om te ontsnappen aan de wereld maar hij bereikte juist het tegenovergestelde want hij werd alsmaar bekender en meer en meer mensen kwamen naar hem toe. Er deden ook verhalen de ronde van mensen die door hem genezen waren maar daarvan was geen enkel bewijs. De vraag was: zat hij werkelijk de hele tijd op die pilaar, ook gedurende de heel koude wintermaanden? Niemand kon op deze vraag antwoorden en het verhaal van Simeon zou altijd een raadsel blijven.

Daarna reden we naar één van de dode of verlaten steden in de omgeving van Aleppo. De huizen lagen in een bergachtige streek maar zij werden in de 2e à 3e eeuw verlaten omwille van meerdere redenen ondanks de rijkdom en de mooie huizen die mensen verdiend hadden door de opbrengst van olijfbomenplantages. Misschien had ook de oorlog tussen moslims, kruisvaarders en Byzantijnen er mee te maken? Dit was weer zo’n raadsel waarvan niemand het fijne wist.

’s Middags gingen we lunchen bij een Syrische familie thuis. We moesten onze schoenen uitdoen en in de leefkamer op kussens gaan zitten met middenin een groot laken waarop het eten zou geserveerd worden. De hele kamer was gedrapeerd met mooie gordijnen, heel eenvoudig maar gezellig ingericht. Het eten bestond uit rijst met gekookte kip, tomaten, komkommer en  yoghurt met als afsluiter het gebruikelijke kopje thee. Deze mensen hadden erg hun best gedaan en het was weer een speciale ervaring om het huis van een Syrische gezin van binnen te bekijken. De binnenplaats was grotendeels overdekt met een trap naar het dakterras. Daar konden wij alleen maar van dromen want in het koude België was je nu eenmaal niets met een dakterras.

Bij terugkeer in Aleppo maakten we met zijn allen (inderdaad, weer eens met zijn allen) nog een wandeling door de Christelijke wijk waar we door de nauwe straatjes liepen en een bezoekje brachten aan een mooi koloniaal hotel, het Dar Zamaria.   

’s Avonds gingen we met Erik en Mia eten in restaurant Yasmeen House in de Christelijke wijk. Dit restaurant had ik weer eens uit de Lonely Planet gehaald en het was een echte aanrader. Andermaal lagen we pas laat in bed want we gingen achteraf nog een biertje drinken in Al-Andalib, het restaurant waar we gisteren aten. Op sommige reizen lagen we heel vroeg in bed maar dit was deze maal wel anders mede door het gezelschap van Erik en Mia waarmee we veel plezier hadden.

Dag 6: maandag 29 oktober 2007

We hadden een vrije dag in de tweede grootste stad van Syrië, Aleppo. De soeks lagen in El Medina, de oude stad en telde ongeveer 10.000 winkeltjes waar ze ongeveer alles verkochten. Een lokaal product was de Sawoel Aleppo, een soort zeep die hier gemaakt werd.

Eerst bezochten we de Citadel van Aleppo die de stad domineerde en waarvan de basis heel wat groter was dan de oppervlakte binnenin. We slenterden wat rond en bekeken de overblijfselen van het Ayyubid Palace en van boven op de muren hadden we een gigantisch uitzicht over Aleppo.

Na een koffie gingen we de soeks in die verdeeld was over verschillende wijken en een labyrint van smnalle straatjes en steegjes. Hier proefde je de sfeer van het Midden Oosten met zij speciale geuren, kruiden en specerijen. In deze soeks kon je werkelijk alles vinden, iedereen was heel vriendelijk en liet je met rust. Mannen liepen met hele stukken vlees over hun schouder en bij het bekijken van die grote hompen vlees die bij de slagers hingen in niet zo’n hygiënische omstandigheden, verging je de lust om veel vlees te eten. De steegjes waren enorm smal, sommigen slenterden en anderen waren gehaast terwijl er ook kleine bestelwagens doorheen reden die naar niets of niemand keken en maar lustig toeterden om daarna volle gas te geven. Wie niet op tijd opzij sprong, was de pineut. Toen ik stond te praten met een lokale jongen die vrij goed Engels sprak en niet meteen opmerkte dat er een bestelwagen aankwam, reed die gekke chauffeur zomaar tegen mijn voet aan. Doordat ik sandalen droeg, kwam de klap vrij hard aan en de eerste ogenblikken was er paniek. Ik kon me niet bewegen terwijl iedereen in de onmiddellijke omgeving kwam kijken wat er aan de hand was. Iedereen excuseerde zich behalve de chauffeur maar gelukkig voor mij was het niet zo erg en bleef het bij een paar kneuzingen.

In deze steegjes kon je wel uren rondslenteren maar op zeker moment hadden we er genoeg van en liepen naar buiten de open lucht in. Bij het buitenkomen van de soeks liepen we in de verkeerde richting maar na een paar keer de weg te vragen, konden we dan toch richting hotel lopen. Grappig was wel dat als je hier de weg vroeg er telkens mannetjes werden bijgehaald totdat er wel eentje was die je kon helpen.

We gingen in het Baron Hotel een biertje drinken en liepen daarna naar het postkantoor. Normaal gezien werkte mijn oriëntatiegevoel perfect maar hier mankeerde er blijkbaar wel iets aan en weerom liepen we verloren. We vroegen dus maar weer de weg aan een jonge man en die liep zelfs met ons mee naar het postkantoor. De vriendelijkheid en belangeloosheid van deze Syrische bevolking kende geen grenzen, dit beviel ons zo goed en gaf een meerwaarde aan deze reis.

Naast het postkantoor stapten we Syrian Telecom binnen omdat we dachten dat we daar naar huis konden bellen maar dit was niet zo en een bediende kwam met ons naar buiten en wees ons de weg naar een ultraklein winkeltje aan de overkant waar het dan toch lukte. Voor 3 minuten bellen betaalden we 120 Syrische pond, spotgoedkoop dus. Toen liepen we naar het enige internetcafé van Aleppo waar de verbinding enorm traag verliep en we dan ook heel wat tijd spendeerden maar de kostprijs een peulschil was. In een supermarktje kochten we nog wat water, broodjes en kaas voor onderweg de dag nadien. We ondervonden al dat de gezamenlijke lunch ’s middags ons telkens een pak geld kostte voor hetgeen we op ons bord kregen en daarom hadden we samen met Erik en Mia, besloten om zelf voor ons eten te zorgen.

’s Avonds gingen we naar de christelijke wijk en aten we in Kan Zaman Restaurant naast Yasmeen House. Het was een heel mooi gebouw binnenin waar we met een glazen lift naar boven gingen maar we hadden een grote bril nodig om te zien wat op ons bord lag en het werd de duurste maaltijd ooit.

             volgende pagina                        home