Rajasthan dag 4 tot 6
Volgens de brochure van de reisorganisatie zouden we gewekt worden door het geroep van de pauwen in de paleistuinen. Dat gebeurde echter niet want we werden gewekt door keiharde muziek uit een paar boxen.
Om 8u30 vertrokken we naar Bikaner. Onderweg zagen we de Rohida, een boom met oranje bloemen die alleen bloeiden in het najaar.
In Fatehpur bezochten we een haveli. Haveli’s waren rijke herenhuizen met een binnenplaats en vaak mooie fresco’s. Dit gebied was rijk tot de Engelsen kwamen en handelslieden die de route volgden tussen Delhi en Pakistan kwamen tot rust in deze huizen. De haveli die we bezochten, had heel wat muurschilderingen die allemaal een verhaal vertelden. In het huis woonden 2 families en deze lieten toeristen toe tegen betaling. De ene kant van de binnenplaats mochten we niet betreden met schoenen want dit was de kookruimte.
Daarna wandelden we over de markt. Fatehpur was echt chaotisch en een achtergebleven gebied. Mensen leefden hier nog 100 jaar terug in vergelijking met Delhi. Hinduvrouwen waren veelal gesluierd en moslimvrouwen waren volledig in het zwart gekleed. Kinderen kwamen als vliegen rond ons hangen om iets te krijgen. Aan de markt gebeurde de voorbereiding van het Durga festival dat de volgende dag zou aanvangen en negen dagen zou duren. Er was terug keiharde muziek.
Dit was al een heel ander India dan we in Delhi gezien hadden. De meeste mensen waren analfabeet en hadden geen flauw benul van tijd. Velen wisten gewoon niet welke dag, maand of zelfs jaar het was. Ze maakten zich daarover ook hoegenaamd geen zorgen en leefden gewoon hun leven.
Terug onderweg zagen we het landschap veranderen in woestijn, dorre struiken, weinig bomen en mul zand dat lag te zinderen onder de gloeiende zonnestralen.
’s Middags lunchten we in een restaurant met zwembad en na nog een uurtje rijden kwamen we aan in Bikaner. Bikaner werd gesticht in 1488 en ademde een echt Indiase sfeer uit. Er kwamen weinig toeristen omdat het te ver van Delhi gelegen was. Het telde 900.000 inwoners en vroeger was het een belangrijk rustpunt voor de karavaanroutes tussen India en Centraal-Azië. Eerst bezochten we het Junagarth fort dat gebouwd werd tussen 1588 en 1593. Rond het fort stond een 986 meter lange muur. Binnen in het fort waren heel wat fresco’s, miniaturen, schilderijen en overblijfselen van de Maharadja families. Met een gids maakten we een rondleiding van een goede 2 uur.
Bij het verlaten van het fort werden we bestormd door kinderen en bedelaars. De kinderen raakten steeds onze voeten aan en wreven erover met hun handen. Later hoorden we dat dit een teken van respect was. In feite was het niet te doen om iets te geven want ze kwamen met tientallen op ons afgestormd. We zagen een meisje met olifantenvoeten, echt afgrijselijk. De moeder maakte gebruik van de handicap van haar dochter door steeds de aandacht te vestigen op de voeten van het kind en zo geld los te peuteren.
Ons hotel Bayron Vilas was het vroegere huis van de premier van de maharadja. Alle kamers waren ook weer verschillend. ’s Avonds hadden we terug een gezamenlijk buffet.
Met een taxi reden we naar de fascinerende rattentempel van Karni Mata in Deshnok. Karni Mata was een reïncarnatie van Durga en leefde in de 14e eeuw. De ratten waren reïncarnaties van verhalenvertellers en de tempel was een belangrijk pelgrimsoord. De pelgrims brachten suiker, maïs en kokosnoot mee om de ratten te voeden en in ruil kregen ze een tikka op het voorhoofd terwijl de ratten over hun voeten liepen want schoenen waren niet toegelaten. Het zien van een witte rat bracht geluk en als er een witte rat over je voeten liep, dan was je gezegend voor tien levens. Wij hadden geen geluk want we zagen er geen.
Onderweg naar Deshnok en terug zagen we hele families langs de kant van de weg met stapels dekens en huisraad. Zij hadden geen huis en sliepen en leefden gewoon in de velden.
Om 11u30 vertrokken we met de bus naar Jaisalmer. Het was een lange rit met weinig afwisseling en we zagen een desolaat landschap met weinig groen, verdord gras en struiken, alleen de aak bleef overeind in dit woestijnlandschap. Zelfs de kamelen, geiten, koeien en honden zochten de weinige schaduw van de struiken op om zich neer te vlijen want in de zon was het geweldig heet. Deze morgen om 9u stond de thermometer al op 30 graden!
Ongeveer halverwege zagen we een hele groep kamelen met kamelendrijvers. Volgens Marian was dit een meevaller want dit zag je heel zelden.
Om 18u arriveerden we in Hotel Dhola Maru in Jaisalmer. Jaisalmer was een typische woestijnstad en werd ook wel de “gouden stad” genoemd omdat de schoonheid van de stad perfect harmonieerde met de goudgloeiende woestijn.
De stad stamde uit de 12e eeuw en aangezien het de laatste plek en een strategisch punt was op de kamelenroute stonden er rijke haveli’s. Op dit ogenblik haalde het zijn inkomsten uit het toerisme. Er was ook een militaire basis.
Heel India kende weinig of geen privacy. Iedereen leefde op straat en bussen en riksja’s zaten altijd overvol. Mensen waren nooit alleen, ook bij de rijken was dit zo want hele families leefden in hetzelfde huis en sliepen in dezelfde kamer.
Heel normaal was dat 2 mannen hand in hand of omhelsd door de straten liepen. Dit betekende niet dat zij een relatie hadden maar dat zij goede vrienden waren.
In India was de bioscoop heel populair. Iedereen, rijk of arm, ging naar de bioscoop. In alle films stond het gezinsleven voorop, men werd verliefd, er kwamen problemen maar altijd was er een happy end. De oudere mensen werden geëerd en het Hindoeïsme stond voorop. Maar de laatste tijd kwam daarin verandering want India werd moderner. Al wat Amerikaans was, was goed. Het lichte vermaak zoals housemuziek en dergelijke kwam in opmars. Alle filmmuziek werd steeds een kassucces. De films waren echter niet logisch opgebouwd, het ene moment stonden de hoofdrolspelers aan het strand en het volgende in de sneeuw. De gemiddelde duur van een film was 3,5 uur.
’s Avonds aten we met de hele groep in restaurant Trio, een goed restaurant met Indiase en continentale gerechten.
Met een riksja reden we naar het fort en aan de poort werden we bestormd door verkoopsters van enkelbandjes. Het was een kleine steile klim naar boven en binnen in het fort was een klein dorpje met smalle straatjes, winkeltjes en huizen. Het was er kalm want voertuigen waren niet toegelaten.
Het fort werd gebouwd in 1156 en er stonden ook 7 jaintempels uit de 12e en 15e eeuw. De tempel opgedragen aan Chandraprabhu was echt prachtig. Hij werd gebouwd in 1509 en er waren fijne sculpturen van zandsteen. In het midden stonden 12 afbeeldingen van Ganesh. Op de eerste verdieping zagen we 108 marmeren afbeeldingen van Parasnath. Achter deze tempel stond een tempel opgedragen aan Parasnath maar hier waren niet-jains niet toegelaten.
We liepen een paar uur rond in het fort en bij het verlaten ervan werden we terug bestormd door de verkoopsters van enkelbandjes. Ze boden er 6 aan voor 100 Roepies maar we zagen al op het eerste gezicht dat het rotzooi was en dat kon ook niet anders voor die prijs.
Daarna dwaalden we door de nauwe straatjes en proefden de sfeer van het Indiase leven. Talrijke straatventers probeerden hun waren te verkopen terwijl voetgangers, fietsers, riksjarijders, kamelenkarren en heilige koeien kris kras langs elkaar passeerden.
Jaisalmer stond bekend voor zijn spiegelkussens en ook in kleden, tapijten en handtassen waren kleine spiegeltjes verwerkt.
Een eindje buiten de 5 km lange stadsmuur was het postkantoor. De bediende haalde een grote houten bak met de poststempel erin en hij stempelde onze kaarten af terwijl we erbij stonden want anders bestond de kans dat de postzegels er terug afgeweekt werden. Daarna namen we een riksja terug naar het hotel om ’s avonds terug te keren naar restaurant Trio waar we met ons tweetjes tandoori thali aten. Het was lekker met veel vlees want meestal serveerden ze een hoopje beenderen met weinig vlees eraan.