Rajasthan dag 1 tot 3
Toeristenvisum voor India kostte 1750 Bef per persoon, afhalen in de Ambassade van India, Vleurgatsesteenweg 217, Brussel.
De bevolking in India is ingedeeld in een kastensysteem of sociale klassen.
De hoogste kaste zijn de Brahmanen (geestelijkheid)
De kaste der ksatriya’s (soldaten en bestuurders), dit is de kaste met de ware macht.
De vaisya’s (kaste der handelaren)
De sudra’s (boeren), hier zit de grote massa
De paria’s (kastenloze groep), zij worden als onrein beschouwd en mogen slechts vieze karweitjes opknappen (zoals rioolreiniging en kadaververbranding)
De kasten onderling zijn weer onderverdeeld in subkasten.
Wanneer men geboren wordt in een bepaalde kaste, blijft men zijn hele leven in deze kaste. Het is niet mogelijk om op te klimmen of carrière te maken. Men kan ook niet huwen buiten deze kaste.
India kent 7 religies
- het Hindoeïsme: dit is de belangrijkste godsdienst, 82 % van de bevolking is Hindu
- de Islam is de 2e groep, ongeveer 12 % van de bevolking is moslim
- De Sikhs, ongeveer 15 miljoen Indiërs
- Het Christendom, ongeveer 18 miljoen mensen
- Het Boeddhisme, ongeveer 5 miljoen mensen
- Het Jainisme
- Het parsisme
Met SAS Scandinavian Airlines vlogen we van Schiphol, Amsterdam naar Kopenhagen waar we aankwamen om 21u35. Onze reisbegeleidster Marian Muilerman vloog met ons mee en in Kopenhagen zagen we al onmiddellijk dat onze vlucht naar Delhi vertraagd was van 22u40 naar 00u20. De reden van deze vertraging was het late arriveren van de vlucht uit Delhi. Door de Amerikaanse aanvallen op Afghanistan moest alle luchtverkeer omvliegen en daardoor zou onze vlucht 9u duren in plaats van 7u30.
Door deze vertraging arriveerden we pas in Delhi om 12u50. Vlak voor de landing was er heel wat turbulentie en het vliegtuig schokte heen en weer. De landing zelf was ook niet al te geslaagd, de wielen bonkten twee maal hard tegen de grond. Een paar groepsleden waren dan ook onpasselijk geworden.
Op het vliegtuig moesten we een papier invullen om het land binnen te komen. Daardoor duurde het een hele tijd voor iedereen door de controle was en zijn bagage had. In het luchthavengebouw moesten we ook nog geld wisselen. Marian had ons aangeraden om 200 $ per persoon te wisselen en kleine coupures te vragen want in India hadden ze nooit wisselgeld en in de dorpjes geraakte je de coupures van 500 Roepies niet kwijt.
Voor 400 $ kreeg ik 18.880 Roepies of zou ik toch moeten gekregen hebben, want door het grote aantal kleine coupures was het eenvoudig niet na te tellen aan de balie. In het hotel bleek ik 300 Roepies tekort te hebben.
Voor de Belgen was het gemakkelijk rekenen want 1 Roepie was 1 Bef.
Met onze eigen bus die redelijk comfortabel was en gedurende de hele reis bij ons zou blijven (de chauffeur heette Ramesh, een Sikh, en de begeleider heette Partap) reden we naar het hotel Surya Shelter, een goed hotel met propere en grote kamers en midden in het centrum van Delhi gelegen.
Na ons wat opgefrist te hebben, liepen we door de straten in de omgeving van het hotel. Er waren ontelbare straatstalletjes met allerlei koopwaar, ontelbare voetgangers, fietsriksja’s, motorriksja’s, steekkarren, auto’s en dit alles reed kris kras door elkaar. Hier kwamen we in contact met de geuren en stank, de geluiden, de bedelaars en de straatventers die zo typisch waren voor India.
Na een tijdje lopen door de straten kregen we een plakkerige en vuile smaak in de mond door de smog van de uitlaatgassen. Dit fenomeen hadden we ook al meegemaakt in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.
In een klein hokje met TSD-ISD-PCO op de muur gingen we bellen naar huis. De prijs was 36 Roepies en de man kon natuurlijk niet teruggeven op 40 Roepies. Dit zouden we nog meerdere malen meemaken op onze reis door India.
’s Avonds gingen we met de hele groep eten in een oude discotheek die gebruikt werd voor privé-feestjes. Het eten bestond uit tomatensoep en een buffet van rijst met dahl en Indiase curry’s, zapati’s en naan. Iedereen ging vroeg naar bed door de vermoeidheid van de afgelopen twee dagen.
Om 7u30 reden we Delhi uit en we zagen de stad ontwaken. De Indiërs begonnen hun dag met allerhande rituelen en een gebed, putsja, genoemd.
Heel wat Indiërs sliepen naast de weg. De deken of het bed waarop ze lagen, was hun enige bezit. In India was er een enorm verschil tussen arm en rijk. De rijken gaven wel aalmoezen aan de armen en de bedelaars. Kindersterfte bijvoorbeeld kwam niet voor bij de rijkere mensen omdat zij het geld hadden om zich te verzorgen.
Na een tijdje stopten we aan een groot Hindubeeld dat we kort bezochten. Aan de uitgang zat een slangenbezweerder.
Langs de weg en ook in de dorpen lagen overal grote hopen vuil waar de koeien en varkens lustig in scharrelden. Deze dieren waren dan ook de stofzuigers van de weg. Waarschijnlijk zullen de Indiërs zich binnen een aantal jaren wel bewust worden van de milieuproblematiek maar op dit ogenblik waren er andere zaken waarover ze moesten nadenken. Hoe overleven bijvoorbeeld? Zij moesten elke dag voor eten zorgen wat niet altijd zo evident was en deze dingen waren voor hun veel belangrijker dan het milieu.
In de provincie Haryana hadden we een theestop. Indiërs begonnen de dag met chai, de Indiase thee. Deze werd gekookt met suiker en melk en was altijd gloeiend heet. De thee was trouwens best lekker. In India was er ook nog Black Tea die zo donker was dat hij leek op koffie. Koffie drinken echter zat niet in de cultuur maar de rijke Indiërs wilden de westerlingen imiteren en begonnen ook koffie te drinken.
In deze provincie stopte de chauffeur aan diverse winkeltjes om kartons bier te kopen want in het hotel waar we deze avond zouden overnachten hadden ze geen bier.
De lunch gebruikten we in Chandni Midway waar we rijst aten met diverse curry’s. Na de lunch reden we de provincie Rajasthan binnen. Raja betekende koning en aldus betekende Rajasthan “Rijk der Koningen”.
Langsheen de weg zagen we Dzjantis, een soort knotwilgen die typisch waren voor Rajasthan en de Aak, een giftige plant met grote bladeren en mooie paarse bloemen. Uit de plant kwam een soort melk en als dit in aanraking kwam met de huid, deed dit zeker geen goed. Bij inname ervan via de mond was het dodelijk.
Wat ons onmiddellijk opviel, waren het grote aantal hakenkruisen (swastika’s), op muren, langs de weg, overal eigenlijk. Het teken stond echter omgekeerd aan het beruchte teken van Hitler. Deze swastika was al heel oud, ongeveer 2500 jaar, en het betekende vrede en eensgezindheid.
Langsheen de weg zagen we ook een kamelenkaravaan. De kamelen trokken kleine karretjes met daarop het hele gezin en de inboedel, vrouwen, kinderen, geiten, schapen en noem maar op.
De vrouwen in India droegen allemaal sari’s en enkelbandjes die twinkelden. Aan hun tenen droegen zij ook ringen. Rajasthaanse vrouwen droegen wel heel kleurrijke sari’s, kleurrijker dan in de rest van India. Een rode streep in het haar of rode sieraden betekende dat zij gehuwd waren.
Bij een eventueel huwelijk werd voor de partnerkeuze rekening gehouden met de afkomst, beide partijen moesten van dezelfde kaste zijn. Er werd rekening gehouden met de astrologie, ook bij de rijkere families keek men eerst hoe de sterren stonden. Beide geboortedata moesten goed staan want anders ging het huwelijk niet door. Bij het zoeken naar een huwelijkskandidaat deden de ouders een voorstel maar de betrokken partijen mochten een paar keer weigeren.
Kort voor aankomst in Mahansar bezochten we de Rani Sati tempel, een Hindoetempel. De grootste godsdienst in India is het Hindoeïsme. Hindoes geloven in meerdere goden en in reïncarnatie, voor iedere levensfase was er een andere god. Wanneer ze een goed leven geleid hadden, konden ze terugkeren in een betere vorm. Het leven zelf was helemaal niet belangrijk.
Het Hindoeïsme kende drie grote goden:
De Rani Sati tempel was een uitgestrekt complex maar binnen in de tempel mocht niet gefilmd worden. Toen we buitenkwamen, zagen we een hele groep schoolkinderen met hetzelfde uniform, dit was nog een overblijfsel van de Engelse tijd.
Rond 17u30 kwamen we aan in Mahansar. Hotel Naryan Niwas Castle was een oud fort waar de opbrengst van de kamerverhuur gebruikt werd voor het verdere renoveren ervan. Alle kamers waren anders en het was een echt doolhof langs smalle gangen en trappen. Bij onze aankomst kregen we een rode stip op het voorhoofd en een krans rond de hals.
Het diner gebruikten we gezamenlijk met de hele groep en bestond uit: alu (aardappel), codi (bloemkool), schapenvlees, warme tomaat, rijst, zapati’s, dahl (linzen) en een soort pannenkoekje (aardappelcurry).