Nepal: Zondag 19 oktober- maandag 10 november 1997

Nepal dag 1 tot 3              

Dag 1: zondag 19 oktober

Met de luchtvaartmaatschappij SAS vlogen we van Schiphol naar Kopenhagen. We stegen op om 17u20 en daar landden we om 18u20. Om 20u20 vlogen we naar Delhi, een vlucht van 7 uur.

 

Dag 2: maandag 20 oktober

In Delhi kwamen we om 7u20 ’s morgens aan, het was er toen al 19°. In de luchthaven zaten we in transit, de vlucht naar Kathmandu met Indian Airways had een uur vertraging en dus stegen we maar op om 12u20. Bij het inchecken in Delhi werd iedereen gefouilleerd. De duurtijd van de vlucht bedroeg anderhalf uur en zo landden we in Kathmandu om 14u35 (In Nepal was het 15 minuten later dan in Delhi) Toen we uit de luchthaven kwamen, werd er een krans met bloemen rond onze hals gelegd bij wijze van welkom. De transfer naar het hotel gebeurde met een taxi uit 1974, wij zaten als haringen in een ton gepropt terwijl de taxi de hele weg luid claxonneerde. In Nepal reed men links. Op weg naar het hotel kregen we een echte cultuurshock. We geloofden onze eigen ogen niet. Het was gewoon niet te geloven dat mensen nog leefden op deze manier, vuil, smerig en arm. Overal was het één complete chaos en de koeien liepen vrij in de straten.

Ons hotel Norling, een leuk en proper hotel, lag in de Thamel wijk, het toeristische gedeelte van Kathmandu. ’s Avonds kwamen we samen met de begeleider, Chris Corsten, voor de verdere informatie. Dit gebeurde in een restaurant waar we aansluitend ook aten n.l. Popular Tibetan Meal voor 210 Nr. Het bier, een fles San Miguel van 650 ml, kostte 100 Nr.

Voor 80$ kregen we 4540 Nepalese Roepies. De Trekking Permit kostte 35$.

 

Dag 3: dinsdag 21 oktober

Deze morgen waren wij als eersten aan het ontbijt, om 7u al. Daarna reden we met de taxi  naar Boudhanath, een stoepa die als schrijn diende voor het Tibetaanse boeddhisme. Hier verzamelden zich de laatste jaren veel Tibetaanse vluchtelingen. Het meest opmerkelijke  waren de opgeschilderde ogen bij de ingang. De stoepa had een diameter van meer dan 100 meter. Boeddhisten beschouwden deze tempel als een bijzonder krachtig heiligdom waar vele wensen in vervulling gingen. De koepel was wit van kleur maar werd overgoten met saffraankleurige verfstof, zodat hij op een lotusbloem leek. Volgens het oude ritueel liep iedereen rechtsom rond de stoepa terwijl men de gebedsmolens draaide en gebeden prevelde.

Te voet gingen we dan naar Pashupatinath, de  belangrijkste Hindu tempel van Nepal en één van de meest belangrijke Shiva tempels. Pashupatinath was een heilige plek voor hindoes. De tempel zelf was verboden voor niet-hindoes. Op de westelijke oever gebeurden crematies, er was een gedeelte bestemd voor burgers, het andere was voor leden van de koninklijke familie en hoogwaardigheidsbekleders. De ceremonies werden verricht door mannelijke nakomelingen van de overledene. Zij waren allen in het wit gekleed want wit was de rouwkleur. Als het lijk verbrand  was, werd de as in de Bagmati rivier gegooid. De toeristen zaten zich te vergapen aan de miserie van die  mensen maar toch was het een fascinerend schouwspel.

Overal rondom liepen of zaten sadhu’s, dit waren hindoes die het kastenstelsel afgezworen hadden en bedelden om in hun levensonderhoud te voorzien. Zij droegen kleurrijke gewaden en waren beschilderd in  hun aangezicht.  

Toen we hier weggingen, raakten we de weg kwijt. De straten hadden geen naambordjes en dus was het niet zo eenvoudig om met een plan te werken. We namen dan maar een Tempo, een luidruchtig overdekte driewielige scooter. Deze was weinig comfortabel en niet geschikt voor de onverharde wegen. We stopten bij Durbar Square, het centrum van Kathmandu. Op dit plein stonden meer dan 50 monumenten en tempels. Het was heel chaotisch met voetgangers, taxi’s, tempo’s, handkarren en dragers die allemaal kris kras door elkaar liepen en reden. We zagen een verkoper met een stok waaraan tientallen bamboefluiten bengelden. Voortdurend kwam men ons vragen of we geen gids nodig hadden. Belangrijkste bezienswaardigheden waren: de Kasthamandap tempel, dit gebouw werd opgetrokken uit het hout van één enkele boom en was een paar eeuwen oud. Het oude paleis Hanuman Dhoka, dat zijn ceremoniële en rituele betekenis behouden had en De Jagannath Tempel met zijn mooie erotische afbeeldingen.

In de Kumari Bahal leefde de godin Kumari Devi. Dit was een jong meisje dat beschikte over de 32 schoonheden. Zij werd gekozen uit de Sakya-kaste, haar horoscoop mocht niet botsen met die van de koning en zij was niet ouder dan drie jaar. Zij werd gescheiden van haar familie, droeg een rood gewaad en haar voeten mochten de grond nooit raken. Zij werd vereerd door de hogepriester en verleende audiëntie aan gelovigen die offergaven aanboden en smeekbedes prevelden. Zij bleef Kumari godin tot ze de eerste keer menstrueerde en dan werd ze herenigd met haar familie. Zij bleef haar hele verdere leven alleen want de legende zegde dat de man van de ex-Kumari jong zou sterven.

Op de markt zagen we een masker dat we persé wilden hebben. Het was het enige masker met zwart haar maar ze vroegen er 300$ voor. Dat vonden we te veel en we liepen dan een paar keer rond de markt en tenslotte konden we het kopen voor 70$!

’s Avonds aten we terug met de hele groep. We boekten ook een rondvlucht boven de Mount Everest, deze ging door na de trekking en kostte 99$ per persoon.

                                  volgende pagina             home