Mexico - Guatemala dag 4 tot 6
’s Morgens om 9u namen we in het busstation een luxebus naar Oaxaca waar we in de namiddag aankwamen. De taxi bracht ons naar Hotel Francia waar de kamer al heel wat eenvoudiger was dan in Mexico-City. De afvoerbuizen waren hier te smal en daarom mochten we het toiletpapier niet meer in de WC deponeren maar in een emmer. Dit zou voor de rest van onze reis zo zijn.
We verstuurden een fax naar huis (20 pesos) en dan gingen we met een aantal medereizigers iets drinken op een terras aan de Zócalo waar we enorm veel plezier hadden. De Zócalo was een heel gezellig, sfeervol plein. Freddy liet zijn schoenen poetsen door een schoenpoetser op het plein. Hiervoor kwam onze avondcursus Spaans goed van pas, nu konden we tenminste iets zeggen tegen de mensen.
Ontbijt in het hotel, eerst een kommetje watermeloen en dan huevos con jamón (eieren met ham). Zes pesos per persoon, dus al goedkoper dan in Mexico-City.
Om 9u gingen we op weg naar Monte Albán, één van de belangrijkste archeologische zones van de Zapoteken. Een indrukwekkend complex met een prachtig uitzicht over de omgeving. In de hoogtijdagen woonden er 25.000 mensen maar toen de Spanjaarden kwamen, was Monte Albán verlaten en leeg. Het terrein lag op een hoogte van 1850 meter boven de zeespiegel. We bezochten het Plataforma Norte, Plataforma Sur en het Gebouw van de Danzantes met de hoge platte stenen waarin naakte dansers zijn gekerfd. We zagen Montículo J en Tumba 7 en 104, hier werd het skelet van een hogepriester aangetroffen met vazen, juwelen en aardewerk. Bij de ingang was een klein museum en een restaurant.
’s Middags gingen we te voet langs een geitenpad naar beneden. Het was een goede wandeling en we keerden langs de buitenwijken terug naar de stad. Eerst brachten we een bezoek aan een vrouwtje die tortillas bakte, dit waren een soort maïspannenkoeken en daarna bezochten we een gesubsidieerde tortillamakerij. Daar gebeurde alles machinaal, een groot verschil met hetgeen het vrouwtje deed.
Na de wandeling dronken we iets op een terras op de Zócalo. We proefden hier chapolines, dit waren gebakken sprinkhanen welke heel erg zout smaakten. Daarna aten we een soort opgevulde tortillas met kip en chocoladesaus (mole).
Na het eten maakten we nog een wandeling dus voor deze dag hadden we genoeg kilometers in de benen. We waren goed verbrand door de zon want op deze hoogte ging dat heel vlug.
Waarschijnlijk was dit hotel vroeger een soort klooster geweest want de kamers lagen rond een grote overdekte binnenplaats. Deze kamers waren erg gehorig en gedurende de hele nacht was er aan de receptie een enorm lawaai.
We hadden een excursie naar Mitla, de tweede archeologische zone van betekenis in Oaxaca. De naam was afgeleid van het Azteekse Mictlán, dat het equivalent was van de onderwereld. De Zapoteken noemden het Plaats van de Doden. De ruïnes waren in een opmerkelijk goede staat, dit kwam omdat Mitla nog bewoond was toen de Spanjaarden kwamen.
Hierna reden we naar een distilleerderij waar ze Mezcal maakten. Na een rondleiding en de uitleg dat de Mezcal gemaakt werd van de agave cactus, proefden we van de pure Mezcal en de crema. De crema had je met alle soorten fruit. We kochten dan een grote fles van de pure Mezcal voor 60 pesos.
Op de terugweg bezochten we de boom van El Tule, een cypres van meer dan 2000 jaar oud. De immense boom had een diameter van 14,05 meter.
Op het marktje naast de boom aten we een tortilla met quesillo (een soort kaas) en oranje kalebas bloemen, lekker en maar 5 pesos per stuk.