Indonesie dag 1 tot 3
Met een boeing 747-400 van Malaysian Airlines vlogen we van Schiphol naar Kuala Lumpur. Deze maatschappij stond bekend als één van de beste ter wereld en we hadden inderdaad niet te klagen over de service en de beschikbare beenruimte. In de rugleuning van de zetel voor ons was telkens een computerschermpje ingebouwd waarop je naar believen film kon kijken of videospelletjes spelen. Mede daardoor hebben we gedurende deze vlucht nauwelijks geslapen.
Om 6u17 plaatselijke tijd landden we in Kuala Lumpur, Maleisië. Het tijdsverschil met België bedroeg 6u.
Na een 3-tal uren wachten vlogen we met een Boeing 737-400 van Malaysian Airlines van Kuala Lumpur naar Medan op Sumatra. De vluchttijd bedroeg 55 minuten en bij aankomst mochten we ons uurwerk alweer een uur terugdraaien.
Onze reisbegeleider Emile Leushuis stond ons buiten de luchthaven op te wachten. Eerst reden we de stad in naar een wisselkantoor want geld wisselen op de luchthaven viel nadelig uit. Voor 1 euro kregen we 9200 rupiahs en voor 1 dollar 7900 rupiahs.
Geld wisselen in Indonesië was echt een verhaal op zich. De wisselkoers was afhankelijk van welke coupures van dollarbiljetten men had. Voor biljetten van 100 dollar kreeg men een betere koers dan voor kleinere coupures. De biljetten mochten niet gescheurd of verkleurd zijn en 100 dollar biljetten van 1996 werden nergens in Indonesië geaccepteerd!
We vonden wel dat Djoser dit moest vermeld hebben in de infobrochure, gelukkig hadden we maar 1 biljet van 1996 maar voor hetzelfde geld hadden we er meer en konden we nergens terecht met dat geld. Geld pinnen was op veel plaatsen mogelijk.
Na de wisseltransacties reden we richting Bukit Lawang, 85 km verderop maar toch 3 uur rijden vanwege de slechte staat van de weg.
Medan zelf was een drukke, vuile en vieze stad. We zagen wel een paar mooie huizen en villa’s, gebouwd in een open Indische stijl met gezellig open terras, uit de Nederlandse tijd.
Onderweg zagen we uitgestrekte oliepalmplantages. Uit de rode vruchten werd palmolie gewonnen, een smaakloze en geurloze substantie, dat gebruikt werd in zeep, crèmes, shampoo en margarine. Sumatra is samen met Maleisië één van de grootste exporteurs van palmolie. Sumatra is echt overwegend groen met een prachtige ongerepte natuur.
Bukit Lawang was oorspronkelijk een rubberplantage. Aan de rubberbomen hingen kleine vergaarbakjes waarin het sap stroomde nadat er in de boom een inkerving werd gemaakt. Dit sap was dan het rubber of latex.
We logeerden in Bukit Lawang Cottages, een hotel temidden van het regenwoud, aan de overkant van de rivier. De kamer was heel eenvoudig met alleen koud water in de badkamer en de elektriciteit viel regelmatig uit. Toen het donker was, zagen we in de lichtstraal van onze zaklamp een zwarte schorpioen zitten in een boom.
’s Avonds aten we met de hele groep in het hotel, een buffet van verschillende gerechten als kennismaking met de Indonesische keuken en spotgoedkoop, 30.000 Rp pp, het bier kostte 13.500 Rp.
Om 7u15 stonden we klaar om het voederen van de orang oetans te bekijken in het Gunung Leuserpark. De orang oetans die als baby uit het wild werden gehaald en in gevangenschap opgroeiden, werden hier terug allerlei dingen aangeleerd om in het wild te overleven. In het rehabilitatiecentrum werden ze eerst 2 à 3 jaar in kooien geplaatst. Daarna werden ze losgelaten en leerden ze klimmen, eten zoeken en nesten bouwen. In het begin bleven ze in de omgeving en werden ze 2 maal daags bijgevoederd op een speciale voederplaats in het tropische regenwoud. Om bij deze voederplaats te komen, moesten we met een klein bootje de Bohorok rivier over.
Na de terugkeer van de voederplaats liepen we langs de rivier richting hotel waar we in de namiddag vertrokken voor een ritje met een gemotoriseerde becak (spreek uit als bètsjak)
De gidsen legden ons het groeiproces van de rijst uit, het was een cyclus, eerst een zaaibedje, dan de plantjes uitplanten, laten groeien, oogsten en de rijst op een plank afslaan.. We bezochten rijstplantages en we zagen de verschillende stadia van kleine plantjes tot dat de rijst geoogst werd.
De gids had een lange nagel aan de linkerduim terwijl alle andere nagels kortgeknipt waren. Dit had een betekenis en die was dat hij niet moest werken. De mensen die echte handenarbeid verrichtten, hadden allemaal kortgeknipte nagels. Het was zo een beetje een statussymbool dat hij tot de goede klasse behoorde.
We kregen verschillende soorten planten, bomen en gewassen te zien waaronder koffie, ananas, papaja, kokosnoot, gember, tapioca. Allerlei soorten bladeren van planten werden gebruikt als groenten.
We stopten aan een goudviskwekerij waar we in allerlei bakken goudvissen zagen van verschillende grootte. Er waren echte kanjers bij. Deze waren niet bedoeld als siervissen zoals bij ons maar waren enkel bestemd voor consumptie en export naar Japan waar deze vissen een gegeerd object waren, en kostten 17.000 Rp per kilo.
Na de rit liepen we nog even het dorpje in om te shoppen en een biertje te drinken.