Egypte: dag 1 tot 3
Aangezien we
deze morgen al om 6u45 op Schiphol moesten zijn, hebben we overnacht bij Amy en
Laura in Utrecht. Amy bracht ons naar het vliegveld waar we kennis maakten met
onze reisgenoten.
Onze vlucht
met de B737 van Lufthansa vertrok om 9u15 en duurde 50 minuten tot Frankfurt
waar we een tussenlanding maakten en waar we 3 uren moesten wachten. Met een
A340-300 vlogen we naar Caïro waar we landden om 18u50 plaatselijke tijd (in
Egypte is het 1u later dan in België)
Het visum
was al geregeld door de plaatselijke agent van Djoser en daarom hadden we geen
oponthoud want het enige wat we moesten doen was het zegeltje in onze paspoorten
plakken.
Onze
reisbegeleidster Marion Boone stond ons op te wachten en we reden naar het Happy
City Hotel, een prima hotel met airco middenin oud Caïro.
’s Avonds
aten we met de ganse groep een buffet op het dakterras van het hotel. Onze
eerste kennismaking met het Egyptische eten viel een beetje tegen.
Om 8u30 vertrokken we voor een groepsexcursie in Caïro. We namen de taxi, waarvoor we 5 Egyptische pond per persoon per rit betaalden. (10 EP was ongeveer 1,2 euro) We reden eerst naar de Er Rifaï moskee die van buitenaf gezien heel indrukwekkend en groot was. De moskee was gebouwd in 1912 en ook aan de binnenkant was deze wel enorm. Binnen bevonden zich de graven van koning Foead, koning Faroek en de Sjah van Iran.
Daarna
bezochten we het Egyptische museum waar we 40 EP entree betaalden. We hadden een
beetje pech want vanaf 1 november waren alle toegangsprijzen in Egypte zomaar
eventjes verdubbeld. Fotograferen en filmen was strikt verboden en alle foto- en
videoapparatuur moest afgegeven worden aan de ingang. Er was geen proberen aan
om toch een camera mee te nemen want voor het kopen van de kaartjes moesten alle
tassen door de controle en bij het binnenkomen van het museum nog een keer!
We zijn niet
echt museumliefhebbers maar het Egyptische museum moet men echt een keertje
gezien hebben. Indrukwekkend, met als ultieme publiekstrekker het gouden masker
en de sarcofaag van Toetanchamon.
Na de lunch
bij Felfella brachten we een bezoek aan de Khan-El-Khalili, de grote soek van Caïro.
Naast deze soek die grotendeels bestemd is voor de toeristen bevindt zich de
Moeski, de Egyptische bazaar met levensmiddelen zoals vis, vlees, fruit,
groenten ed.
In beide
soeks heerste een drukte van jewelste, een hele mensenmassa wurmde zich overal
doorheen. Door de smalle straatjes moesten dan ook nog auto’s, bromfietsers,
mannen en vrouwen met enorme volgeladen zakken op het hoofd, volgeladen
karretjes enz passeren.
Iedereen
spreekt van de beruchte geuren van India maar dit was een stuk slechter. Een
allesdoordringende stank wurmde zich je neusgaten binnen en ging ook niet meer
weg. Op sommige plaatsen konden we bijna niet meer ademhalen. Ontelbare vliegen
zaten op het rauwe vlees en de vissen die lagen te wachten op een klant.
In de late
namiddag reden we terug naar het hotel dat een oase van rust was na al die
drukte in de stad. In Caïro wisten ze echt wel iets van drukte af. Op straat
waren altijd een hoop mensen te vinden, de chauffeurs waren echte
kamikazepiloten die nooit een richting aanhielden maar overal kris kras doorheen
vlogen. Als ze een gaatje zagen probeerden ze zich daar doorheen te wurmen.
Mooie auto’s zag je hier dan ook niet. Alle auto’s waren afdankertjes die
bij ons ongeveer 30 à 40 jaar geleden door de straten bolden. Hier konden de
wagens dan ook niet roesten want het regende hier amper maar de wagens vielen
echt bijna uit elkaar. Het resultaat van al die oude wagens was dat er boven Caïro
een geweldige smog hing.
’s Avonds
gingen we eten in Le Bistro, een restaurant met Franse gerechten, niet ver van
het hotel gelegen.
We
vertrokken om 8u richting Gizeh. Het plateau van Gizeh vormde de grens tussen
Boven en Onder Egypte. De piramiden van Gizeh lagen aan de rand van de woestijn
ongeveer 15 km van de stad. Het plateau was vrij uitgestekt met de graven van
Cheops, Chefren en Mykerinos als uitblinkers. De piramiden waren opgebouwd met
grote blokken van graniet. Het was bijna niet te geloven dat deze piramiden echt
door mensenhanden gemaakt waren want ze waren echt heel indrukwekkend.
De sfinx,
die het plateau moest bewaken, stond naast de piramide van Chefren. De sfinx was
72 m lang en 20 m hoog en was gebouwd naar de gelijkenis van Chefren met het
lichaam van een leeuw. De sfinx met op de achtergrond de piramiden was een
formidabel zicht.
Na de lunch
reden we de woestijn in op weg naar de oase van Bahariya. We hadden al
onmiddellijk het vermoeden dat er een mankement was aan de veringen van de bus
want die bleef maar schokken wanneer hij door een put in de weg reed. Blijkbaar
had de chauffeur dit niet door want die bleef maar verder rijden.
We reden
door een desolaat landschap met zover je kon kijken zand, zand en nog eens zand.
Na 2u rijden
kwamen we aan een cafetaria middenin de woestijn en daar zagen we dat er een
grote plas olie onder de bus lag.
In de
woestijn was geen enkel bereik met mobiele telefoon en in de cafetaria was ook
geen telefoon. We hadden een begeleider mee van de politie die we ondertussen al
de naam 007 gegeven hadden, die had wel een walkie talkie mee maar hij kon er
hier ook niets mee doen. Prima bescherming dus!
Daardoor
moest alle communicatie met Caïro voor een reservebus via bereidwillige
chauffeurs gebeuren die in het volgende benzinestation misschien wel konden
bellen.
Rond 16u15
kwam Marion zeggen dat er een reservebus zou komen uit Bahariya maar dat dit
zeker 2u zou duren. We installeerden ons dan maar op het terras van de
drankgelegenheid maar om 19u was er nog steeds geen bus. Nu hoorden we dat de
reservebus uit Caïro zou komen (??) Op de duur begonnen we ons af te vragen of
er uiteindelijk wel een bus zou komen en of we niet hier in de woestijn al onze
eerste overnachting buiten zouden hebben. We hadden nog geluk dat we in die
cafetaria zaten, hier konden we nog drankjes en koekjes kopen om honger en dorst
te stillen.
Het bleef
maar duren, we zagen verschillende bussen aankomen maar telkens bleken het
lijnbussen te zijn tussen Caïro en Bahariya. Uiteindelijk kwam de bus om 21u30
onder luid gejuich van ons de parking opgereden.
Toen moesten
we nog 2 uur rijden naar de oase van Bahariya die bij onze aankomst uitgestorven
was en waar we ook nog moesten zoeken naar het hotel, smalle straatjes in en uit,
om uiteindelijk tot het besef te komen dat de bus te groot was om tot aan het
hotel te rijden. We moesten dus nog een eindje lopen maar om half één ’s
nachts waren we dan uiteindelijk bij Hotel New Oasis.