De zijderoute dag 4 tot 6
De afstand naar Gilgit bedroeg 350 km, dus vertrokken we om 7u. Een tijd lang volgden we de Indusrivier en regelmatig werd er een fotostop in een dorpje of op een mooie plek ingelast. Onderweg zagen we ook rotstekeningen. Het groen op de bergen ging over in een woest berglandschap met veel kale rotsen. We stopten aan een monument op de plaats waar de drie hoogste bergketens, de Himalaya, de Karakoram en de Hindukash elkaar raakten.
Rond 19u kwamen we aan in Gilgit. Het goede middenklasse hotel uit de brochure bleek maar een simpel geval met kakkerlakken.
Voor het avondeten lieten we verstek gaan daar we deze middag laat gegeten hadden, we namen nog een douche en gingen vroeg naar bed.
’s Morgens maakten we een wandeling naar de bazaars. Overal was het een drukte van belang, er waren ontelbare winkeltjes met allerhande koopwaar. We kochten er postkaarten en een muziekcassette met Pakistaanse muziek. Gilgit lag op 1500 meter hoogte en was omgeven door kale bergen. Er was veel lawaai en stof en veel getoeter van auto’s.
Om 11u reden we naar Karimabad met twee kleinere busjes, hierin hadden we veel meer plaats en het was ook comfortabeler.
De Hunzavallei was een prachtige streek met woest gebergte, rotsen en oases. We hadden spectaculaire vergezichten over de hoogste bergen. We lunchten aan de Rakaposhi View Point, op 2118 meter hoogte. Andermaal daal, rijst, groenten en brood. Bier of andere alcoholische dranken vielen in geen velden of wegen te bespeuren, ook niet in de hotels voor de toeristen.
Rond 15u30 kwamen we aan in hotel World Roof in Karimabad, een heel leuk hotel met goede kamers. Eerst schreven we onze postkaarten en brachten deze naar het postkantoor rechtover het hotel. De kaarten werden afgestempeld waar we bij stonden maar volgens een reisbegeleider van VNC Travel was dat geen garantie want ongeveer 70% kwam ter bestemming.
Om 17u vertrokken we met jeeps naar Eagle’s Nest, 2788 meter hoog. Een spectaculaire rit langs diepe afgronden en soms heel steil omhoog. We waren een beetje te laat voor de zonsondergang maar het uitzicht was in ieder geval adembenemend. We hadden een prachtig uitzicht over de besneeuwde toppen van de Ultar, Golden Peak, Diran en Rakaposhi. In het restaurant boven gebruikten we het avondeten: soep, rijst, frieten en vlees.
Een paar mensen van de groep wilden te voet naar beneden lopen maar wijzelf zijn met de jeep teruggekeerd. In het donker naar beneden was het heel bangelijk, vooral in de bochten naast de afgrond maar onze chauffeur bracht het er goed van af.
Terug in het hotel namen we een koude douche bij gebrek aan warm water.
Deze morgen bezochten we Fort Baltit. Eerst ging de weg steil omhoog, het was echt alsof je een muur opklom. Het fort was ongeveer 400 jaar oud en de bouwstijl weerspiegelde Tibetaanse invloeden. Het werd nog bewoond tot de jaren vijftig van deze eeuw. Er waren 532 kamers verdeeld over drie verdiepingen, waaronder de woonvertrekken voor de mir zelf, de ontvangstkamers, de kamers voor de schildwachten, de troonzaal en het wapendepot. Het was gebouwd met stenen en houten balken en gepleisterd met leem.
De rondleiding duurde 45 minuten en de inkom bedroeg 250 Rp, om binnen te fotograferen moesten we bijbetalen maar dat deden we niet.
Om 11u vertrokken we met onze busjes en onderweg stopten we aan een hangbrug over de Hunzarivier. Zelf gingen we niet over de brug naar de overkant want het leek ons een acrobatisch gedoe.
Toen reden we naar Borith Lake en een deel van de groep ging hier zwemmen. Wij maakten een wandeling langs het meer tot in het eerste dorpje. Het was heel heet.
Om 17u15 kwamen we in hotel Khunjrab in Sost, een boerengat, een hotelletje van niets, geen elektriciteit, geen warm water. Het diner was om 20u30, we kregen hier elke keer hetzelfde geserveerd, het enige verschil was dat het deze keer geen kip was maar schapenvlees. Na het diner was er folkloristische muziek maar wij gingen slapen.