|
|
|
Bolivia - Peru dag 7 tot 9 Dag 7: Donderdag 19
oktober
Nadat
we vrij laat uit bed kwamen, bezochten we de stad Sucre. Rechtover het
postkantoor was het universiteitsgebouw. In de Trotter stond het beschreven als
één van de mooiste gebouwen van Zuid-Amerika maar wij vonden het niet zo
spectaculair.
In
het rustige Parque Bolivar gingen we op een bankje zitten, heel wat studenten
waren hier aan het studeren. In
de namiddag lazen we in de patio van het hotel een boek en nadien gingen we naar
de bank om extra geld te wisselen want in Uyuni kon het niet meer. We zaten
daarna nog een ganse tijd op een bankje op Plaza 25de Mayo. Een rustig dagje maar dat mocht ook wel een keer. Dag 8: Vrijdag 20
oktober
Om
7u vertrokken we met de luxebus naar Potosí, de bagage ging op het dak en we
hadden voorbehouden plaatsen met
veel beenruimte. Toen we rond 10u in Potosí aankwamen moest de chauffeur een
paar keer achteruitrijden omdat de bevolking een paar blokkades had opgericht
met gasflessen. Maar met een paar keer omrijden, geraakten we toch tot aan hotel
Jeruzalem. Het
was hier veel kouder maar we zaten dan ook op 4070 meter en daarmee was Potosí
de hoogst gelegen stad ter wereld. Toen
we rond de middag op het Plaza 10 de Noviembre kwamen, was alles
dicht, ook de kathedraal en de San Franciscokerk. We gingen dan in de zon op een
bankje zitten, voortdurend deden we hier onze trui aan en uit want in de zon was
het heel warm. Kroop de zon achter de wolken dan was het weer heel koud. Ook al
deden we hier totaal niets, we hapten toch altijd naar adem door de grote hoogte. In
de namiddag bezochten we de Casa de la Moneda. Hier werden vroeger de nationale Het
geleide bezoek duurde een dikke twee uur, op het einde gaf de gids een korte
schets van het huidige Potosí. Het was één van de armste departementen van
Bolivia, de mijnen waren de belangrijkste bron van inkomsten van de bevolking en
er was geen andere industrie. Maar eens de mijn zou uitgeput zijn, zouden vele
families in grote problemen komen. Sommigen, zoals onze gids, haalden hun
inkomsten uit het toerisme. Maar Potosí was daarop niet ingesteld, er waren
weinig hotels en restaurants en als er dan al een restaurant was, dan gaven ze
alleen maar kip. De
toeristen die hier kwamen, waren meestal jongeren of budgettoeristen. De ouderen
of de toeristen die meer op luxe gesteld waren (en dus ook meer geld uitgaven),
bleven weg uit Potosí. ’s
Avonds belandden we pas in bed rond 23u, de eerste keer van deze reis dat het zo
laat werd. Dag 9: Zaterdag 21
oktober
We
hadden een excursie naar de mijnen met een ex-mijnwerker, Jorge genaamd, als
gids. Eerst reden we naar de mijnwerkersmarkt, iedereen gaf 10 Bs en daarvan
werden dingen zoals cocabladeren, dynamiet, alcohol e.d. gekocht voor de
mijnwerkers. Dan
moesten we elk een helm, een jas en laarzen aan en zo ging het naar de Cerro
Rico. Helemaal boven, op 4400 meter, hadden we een prachtig uitzicht over de
stad. We kregen een demonstratie met het ontploffen van een dynamietstaaf, toen
kregen we een carbidelampje en dan begon onze tocht in de mijn, donkere nauwe
gangen, soms bukken en uitkijken voor diepe putten. Halverwege
zagen we El Tío, dit was een beeld dat de duivel voorstelde en aan wie de
mijnwerkers cocablaadjes, alcohol en sigaretten schonken. De plaatselijke
vrouwen mochten de mijnen niet in want dat bracht ongeluk, voor toeristen werd
een uitzondering gemaakt. Op het einde van de gang was een mijnwerkersmuseum met
oude foto’s en documenten. De Na
het bezoek lunchten we bij Jorge thuis. De lunch bestond uit soep, lamavlees,
frieten, groenten en aardappelen. Er was ook nog taart want iemand van onze
groep was jarig. |