Bolivia - Peru dag 4 tot 6

Dag 4: Maandag 16 oktober

’s Morgens gingen we eerst naar de bank, voor 300$ kregen we 1885,5 Bolivianos, een wisselkoers dus van 6,285. (1 Bol was 7,6 Belgische frank)  We vroegen kleine biljetten want dit was nodig omdat ze nergens wisselgeld hadden (zegden ze toch!) met als resultaat een heleboel geld.

Er was terug een hele drukte op straat, Bolivianen die van hier naar daar renden en blijkbaar geen minuut tijd hadden.               

Op het Plaza 14de Septiembre echter zat iedereen rustig op een bankje, geen stress hier. Van op een bankje, konden we de bevolking rustig gadeslaan, dus daar bleven we een tijd zitten. We brachten ook een bezoek aan de kathedraal, daterend uit 1571, waar juist een dienst aan de gang was.

Om 12u verzamelden we voor een excursie. Eerst reden we naar de Cristo de la Concordia, een paar centimeter groter dan zijn collega uit Rio de Janeiro (ginder 33m hoog naar het aantal jaren dat Jezus geleefd heeft). Hier telden de extra cm voor het aantal maanden dat Jezus nog langer leefde. Men kon ook vanaf de stad te voet naar boven, 1350 treden, dat zagen we zo niet zitten.

Vervolgens reden we naar een pelgrimsdorp, Quillacollo genaamd. Hier stond de Virgen de Urcupiña die heel belangrijk was voor de Bolivianen. Op straat zat een vrouwtje met cocabladeren onder glas, een flesje en een belletje. Wij dachten dat ze cocabladeren verkocht maar later bleek dat ze de toekomst voorspelde.

Daarna gingen we richting Payrumani voor een bezoek aan Villa Albina, het huis van de tinbaron Simón Patiño. Hij werd geboren in 1860 in Cochabamba en hij slaagde erin om de rijkste man van Zuid-Amerika te worden door duizenden indianen in zijn mijnen te laten kreperen. Deze villa werd nog steeds gebruikt door de regering voor vergaderingen bijgevolg was het huis en de tuin goed onderhouden.

We bezochten ook nog het Centro Pedagogico y cultural Simón I. Patiño. Inkom 10 Bs. Het huis werd gebouwd tussen 1915 en 1927 maar de tinbaron heeft er nooit gewoond. Dit huis was binnenin wel een stuk indrukwekkender dan Villa Albina.

’s Avonds had niemand zin om met de groep te gaan eten omdat het altijd zo eindeloos lang duurde. In restaurant Crystal aten wij bife met ei, frieten, rijst en salade voor 12 Bs p.p., voor een biertje (Taquiña) betaalden we 8 Bs.

 

Dag 5: Dinsdag 17 oktober

Hier in het hotel hadden ze de mentaliteit: “Ik wakker, iedereen wakker” want rond 5 u ’s morgens was er terug een hels lawaai. We bleven echter toch nog in bed liggen tot 6u30. Om 8u reden we met de bus naar de luchthaven voor een binnenlandse vlucht naar Sucre, luchthaventaks 10 Bs. p.p. We stegen op om 10u voor een vlucht van 30 minuten.

De transportband in de aankomsthal was een bandje van een paar meter lang, heel primitief.

De rit naar Hostal Sucre verliep met de plaatselijke bus, allemaal opeengepakt met alle bagage, een belevenis. De bus stopte niet voor het hotel en dus moesten we met onze bagage nog twee blokken lopen.

Hostal Sucre was een mooi koloniaal hotel met patio met bogen en bloemen en mooie kamers.

Sucre was een hele drukke universiteitsstad met veel cafés en restaurants. De stad lag in een brede vallei op een hoogte van 2800 meter. Er waren heel wat witte koloniale gebouwen en deze gaven de stad een aantrekkelijk uiterlijk. Reclame op de gebouwen was verboden. Volgens Tineke, onze reisbegeleidster, was alles hier een stuk duurder dan in Santa Cruz en Cochabamba.

Na een lichte lunch liepen we naar de begraafplaats. Deze was heel indrukwekkend met echte laantjes met veel bomen en schaduw. De begraafplaats was heel uitgestrekt en we zagen grote mausoleums voor ganse families. Aan de ingang stonden kinderen om ons te gidsen maar daar hadden we niet zoveel zin in.

In de namiddag slenterden we rond op Plaza 25de Mayo en de markt aan Ravelo. We kochten postkaarten en postzegels (wel duur, 6 Bs per postkaart).

 

Dag 6: Woensdag 18 oktober

8u: verzamelen voor een excursie. Na een korte rit met de bus stopten we aan het kapelletje van de Virgen de la Chataquila op 3700 m waarin we even een kijkje namen en dan volgde een voettocht door de bergen. We liepen 2 en een half uur over geitepaadjes. Soms was het goed uitkijken voor losse stenen maar het uitzicht was werkelijk geweldig, we hadden een  vergezicht over verschillende bergtoppen. Vaak liepen we echt over het randje, dus niet naar beneden kijken en voorzichtig doorstappen.

De Boliviaanse gids toonde ons verschillende bloemen o.a. de bromelia die afstierf nadat deze uitgebloeid was.

Toen we terug aan de bus kwamen in Cancha Cancha waren we een dikke 500 meter gedaald.

Nadien hadden we lunch aan een rivier: boterhammen met kaas en ham, cola, sinaasappel, yoghurt, popcorn, chocolaatjes, ananas en nootjes. Een dik moedervarken met haar jongen kwam ons gezelschap houden.

Er kwam ook een klein meisje met een grote tas in de hand waarin iedereen alles gooide wat niet opgegeten werd. Op het einde was de tas boordevol en was het meisje de koning te rijk.

Na de lunch bezochten we een schooltje, alle kinderen zaten samen in één klasje maar wel in groepjes naargelang de leeftijd. De kinderen spraken Quechua, een indianentaal, maar ze leerden wel Spaans op school. Velen van onze groep hadden geschenkjes mee zoals balpennen en ballonnen. In de buurt van het schooltje was een klein huisje waar een vrouwtje aan het weven was.

Op de terugweg zagen we een klein kerkhofje waar de arme boeren en bergbewoners begraven werden. De graven waren heel klein met alleen een kruis op, dat kruis was dan wel versierd met linten en bloemen, een heel verschil met het kerkhof in Sucre. Tussen en op de graven liepen ezels en geiten. Naast het kerkhof stond een gebouwtje en hierin stonden een paar schedels, dit bleek een heilige plaats te zijn.

En weer lagen we redelijk vroeg in bed.

                                                              volgende pagina       home